ECLI:NL:CRVB:2025:1766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft zich ziekgemeld vanwege klachten aan de rechterhand en onderging een operatie. Na onderzoek door een arts en arbeidsdeskundige van het UWV werd vastgesteld dat zij niet geschikt is voor haar laatste werk als productiemedewerker. Het UWV weigerde daarom een WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Appellante voerde aan dat de belasting in de geselecteerde functies gelijk is aan haar laatste werk, maar dit standpunt werd door de rechtbank en de Raad verworpen. De medische beoordeling werd niet betwist; de arbeidskundige beoordeling wees uit dat de geselecteerde functies minder belastend zijn dan haar laatste werk.
De Raad concludeert dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de functies medisch geschikt zijn voor appellante en dat de weigering van de WIA-uitkering terecht is. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.