ECLI:NL:CRVB:2025:1768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens verdiencapaciteit boven 65% van maatmanloon
Appellant was werkzaam als oogstmedewerker en meldde zich ziek na een auto-ongeluk. Het UWV beëindigde zijn Ziektewetuitkering per 24 april 2023 omdat hij volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van zijn maatmanloon kon verdienen. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn cognitieve en psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat het UWV de beperkingen juist had vastgesteld op basis van medische rapporten van verzekeringsartsen en specialisten. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt over onjuiste beoordeling van zijn beperkingen, met name op het gebied van concentratie en samenwerken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische rapporten geen aanwijzingen bevatten voor cognitieve problemen of ongeschiktheid voor samenwerken. De beperkingen waren adequaat in de Functionele Mogelijkhedenlijst opgenomen en de geselecteerde functies overschreden de belastbaarheid niet. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht beëindigd omdat hij meer dan 65% van zijn maatmanloon kan verdienen.