ECLI:NL:CRVB:2025:1770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante was sinds 2014 arbeidsongeschikt en ontving een WIA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2023 stelde het Uwv vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 11 juli 2023. Appellante voerde aan dat haar psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat het onderzoek niet zorgvuldig was.
De rechtbank oordeelde dat het Uwv zorgvuldig onderzoek had gedaan, inclusief medisch onderzoek door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige, en dat er geen motiveringsgebrek was. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst erop dat aanvullend onderzoek niet mogelijk was vanwege de toestand van appellante. Ook werd voldoende rekening gehouden met medicatiegebruik en psychische klachten.
De arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd op basis van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 8 maart 2023. De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.