ECLI:NL:CRVB:2025:1774
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering en ontvankelijkheid bezwaar tegen eerdere beslissing Uwv
In deze zaak gaat het om de beëindiging van de ZW-uitkering van appellante door het Uwv per 3 juli 2021. Appellante heeft in hoger beroep geen gronden aangevoerd tegen deze beëindiging, maar heeft wel gronden ingediend tegen een eerder besluit van het Uwv waarin haar bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Dit eerdere besluit is inmiddels herzien door het Uwv. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep, voor zover gericht tegen het eerdere besluit, gegrond is, terwijl het beroep tegen de beëindiging van de ZW-uitkering ongegrond is. De Raad heeft vastgesteld dat appellante niet tijdig de gronden van haar bezwaar heeft ingediend, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank heeft deze beslissing bevestigd, maar appellante is het daar niet mee eens. De Raad heeft de zaak zonder zitting behandeld, omdat partijen geen zitting hebben aangevraagd. De Raad heeft uiteindelijk het beroep tegen het eerdere besluit gegrond verklaard en het beroep tegen de beëindiging van de ZW-uitkering ongegrond verklaard. Tevens is het Uwv veroordeeld in de proceskosten van appellante.