ECLI:NL:CRVB:2025:1784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als verzorgende IG, meldde zich ziek op 3 juni 2020 en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering per 1 juli 2022.
De rechtbank Oost-Brabant vernietigde het bezwaarbesluit wegens onvoldoende motivering over de passendheid van geselecteerde functies, maar handhaafde het oordeel dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De arbeidsdeskundige had nadere toelichting gegeven over de functies, rekening houdend met de beperkte inzetbaarheid van de rechterarm.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwd zijn. De beperkingen zijn adequaat vastgesteld en de geselecteerde functies passend. Het aanvullende rapport van de medisch adviseur gaf geen aanleiding tot zwaardere beperkingen. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.