ECLI:NL:CRVB:2025:1785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering na herhaalde aanvraag en medisch onderzoek
Appellant heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, steeds afgewezen door het UWV wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. Na een laatste aanvraag in 2020 en een daaropvolgend medisch onderzoek door onafhankelijke deskundigen, werd geconcludeerd dat appellant niet meer beperkingen heeft dan eerder vastgesteld in 2011.
De rechtbank Den Haag heeft het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en het UWV-besluit in stand gelaten. De rechtbank baseerde zich op rapporten van deskundigen die stelden dat appellant geen autisme spectrumstoornis (ASS) heeft, maar een persoonlijkheidsstoornis en licht verstandelijke beperking. Appellant voerde tegen dat deze deskundigen niet gespecialiseerd zijn in ASS en dat een ontwikkelingsanamnese ontbrak, maar dit werd door de rechtbank en de Raad verworpen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad bevestigt dat het oordeel van de deskundigen overtuigend en zorgvuldig gemotiveerd is en dat de beperkingen van appellant in 2011 bepalend zijn, niet de latere situatie. De Raad wijst ook het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten en griffierecht. De weigering van de Wajong-uitkering blijft daarmee definitief in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellant een Wajong-uitkering toe te kennen.