ECLI:NL:CRVB:2025:1786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na bedrijfsongeval
Appellant heeft na een ernstig bedrijfsongeval een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering. Het UWV weigerde deze toe te kennen omdat hij volgens hun onderzoek 29,57% arbeidsongeschikt is, minder dan de vereiste 35%. Zowel een verzekeringsarts als een arbeidsdeskundige hebben beperkingen vastgesteld en passende functies geselecteerd.
Appellant betwistte deze beoordeling en stelde dat hij meer beperkingen heeft, waaronder een urenbeperking vanwege pijn- en vermoeidheidsklachten. Hij overhandigde meerdere expertiserapporten ter onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die een uitgebreid rapport uitbracht en concludeerde dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van het UWV adequaat zijn vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport zorgvuldig was en dat de medische situatie van appellant op de datum in geding juist was beoordeeld. De door appellant aangevoerde zienswijzen en verklaringen van derden waren onvoldoende om het rapport te weerleggen. Ook de arbeidskundige beoordeling van het UWV werd bevestigd. Het hoger beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.