ECLI:NL:CRVB:2025:1793
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA met schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, meldde zich in 2015 ziek en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35% vast, waarna appellant bezwaar maakte. Na diverse medische en arbeidsdeskundige rapporten en een uitspraak van de rechtbank die het UWV opdroeg een nieuwe beslissing te nemen, stelde het UWV uiteindelijk een arbeidsongeschiktheid van 54,48% vast per 23 augustus 2017.
Appellant voerde aan dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld en dat de geselecteerde functies niet passend waren. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die de medische beoordeling bevestigde en concludeerde dat de functies geschikt zijn en de mate van arbeidsongeschiktheid correct is vastgesteld. De Raad verwierp het beroep tegen het definitieve besluit van het UWV en verklaarde het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk.
Daarnaast kende de Raad appellant een schadevergoeding van €4.500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure, die ruim acht jaar duurde. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant, evenals de Staat in verband met de schadevergoeding. De uitspraak bevestigt de juiste vaststelling van de arbeidsongeschiktheid en regelt de vergoeding voor de langdurige procedure.
Uitkomst: De arbeidsongeschiktheid is terecht vastgesteld op 54,48% en appellant ontvangt een schadevergoeding van €4.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.