Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant betwistte de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het UWV, die per 6 augustus 2023 op 37,01% was vastgesteld, en vorderde een hogere mate van beperkingen. Na een uitgebreide procedure, waarin medische en arbeidskundige onderzoeken werden uitgevoerd, oordeelde de rechtbank deels in het voordeel van appellant door het bezwaar van werkgeefster gegrond te verklaren en het besluit te vernietigen, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep stelde appellant dat de medische beperkingen, met name psychische klachten, onvoldoende waren meegewogen en verzocht om een onafhankelijke deskundige. Het UWV nam een gewijzigde beslissing waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 37,01% en een WGA-loonaanvullingsuitkering werd toegekend.
De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en juist was uitgevoerd, waarbij beperkingen in fysieke en psychische rubrieken waren opgenomen en dat de functies passend waren. Het ingediende psychotherapeutisch rapport had geen betrekking op de datum van beoordeling en gaf geen aanleiding tot herziening.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor zover de rechtbank de rechtsgevolgen van het eerdere besluit in stand hield, maar het beroep tegen de gewijzigde beslissing van het UWV werd ongegrond verklaard. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 37,01% per 6 augustus 2023 blijft in stand en appellant ontvangt een WGA-loonaanvullingsuitkering.