ECLI:NL:CRVB:2025:1810

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
24/2235 PW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij individuele inkomenstoeslag

Appellante heeft op 25 september 2019 een individuele inkomenstoeslag aangevraagd, welke op 1 oktober 2019 door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen. Appellante maakte op 23 november 2022 bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd op 9 januari 2023 niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding.

De rechtbank heeft het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat een fout bij de gemeente in de persoonsgegevensregistratie tot onrechtmatige gevolgen leidde, waaronder terugbetaling van zorgtoeslag en het ontbreken van recht op bijstand.

De Centrale Raad van Beroep stelde ambtshalve de vraag of appellante voldoende procesbelang had bij haar hoger beroep. De Raad oordeelde dat het doel van appellante, namelijk het verkrijgen van schadevergoeding en excuses, niet met deze procedure kan worden bereikt. Omdat appellante geen gronden aanvoerde tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar, ontbrak het aan procesbelang.

Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij de vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht af.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

24.2235 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 25 september 2024, 23/1205 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college)
Datum uitspraak: 2 december 2025
Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte
Griffier: L. van Beelen
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 25 november 2025. Appellante is verschenen, bijgestaan door E.A. Yordanova als tolk. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.H. Buizert. Het onderzoek is gesloten. De Raad heeft beslist dat mondeling uitspraak wordt gedaan en dat die uitspraak met één week wordt verdaagd.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellante heeft op 25 september 2019 een individuele inkomenstoeslag aangevraagd. Met een besluit van 1 oktober 2019 heeft het college de aanvraag afgewezen.
Op 23 november 2022 heeft appellante bezwaar gemaakt tegen het besluit van 1 oktober 2019. Met een brief van 21 december 2022 heeft appellante toegelicht waarom het bezwaar te laat is ingediend.
Met een besluit van 9 januari 2023 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 1 oktober 2019 niet-ontvankelijk verklaard, op de grond dat het buiten de bezwaartermijn is ingediend en geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.
Met de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat appellante te laat bezwaar heeft gemaakt. In de door appellante aangevoerde omstandigheden heeft de rechtbank geen aanleiding gezien om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat de gemeente Den Haag een fout heeft gemaakt bij de inschrijving van haar persoonsgegevens in de Basisregistratie Personen en deze foute informatie ook heeft doorgegeven aan de Belastingdienst. Deze fout heeft volgens appellante tot gevolg gehad dat appellante geen recht had op bijstand en zorgtoeslag heeft moeten terugbetalen. Appellante verzoekt om vergoeding van schade als gevolg van het onrechtmatig handelen van de gemeente Den Haag met betrekking tot het verwerken van haar persoonsgegevens en om het aanbieden van excuses door de gemeente Den Haag voor deze gemaakte fout.
De Raad ziet zich, ambtshalve, gesteld voor de vraag of appellante voldoende procesbelang heeft bij de beoordeling van haar hoger beroep. Volgens vaste rechtspraak [1] is eerst sprake van (voldoende) procesbelang indien het resultaat dat de indiener van het bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van (hoger) beroep nastreeft daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor de indiener feitelijke betekenis kan hebben.
De Raad stelt vast dat appellante met het hoger beroep wil bereiken dat aan haar een schadevergoeding wordt toegekend en dat de gemeente Den Haag excuses aan haar aanbiedt. Dit doel kan met deze procedure niet worden bereikt.
Ter zitting is besproken dat de Raad alleen kan oordelen over het bestreden besluit. De vraag die daarbij voorligt is of het bezwaar van appellante tegen de afwijzing van de aanvraag om een individuele inkomenstoeslag terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het niet verschoonbaar te laat is ingediend. Appellante heeft hiertegen geen gronden aangevoerd.
Hieruit volgt dat appellante geen procesbelang heeft bij een oordeel over de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Dit brengt mee dat het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk is.
Appellante krijgt daarom geen vergoeding voor haar proceskosten. Zij krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) L. van Beelen (getekend) O.L.H.W.I. Korte

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 29 januari 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC3264.