ECLI:NL:CRVB:2025:1810
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij individuele inkomenstoeslag
Appellante heeft op 25 september 2019 een individuele inkomenstoeslag aangevraagd, welke op 1 oktober 2019 door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen. Appellante maakte op 23 november 2022 bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd op 9 januari 2023 niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding.
De rechtbank heeft het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat een fout bij de gemeente in de persoonsgegevensregistratie tot onrechtmatige gevolgen leidde, waaronder terugbetaling van zorgtoeslag en het ontbreken van recht op bijstand.
De Centrale Raad van Beroep stelde ambtshalve de vraag of appellante voldoende procesbelang had bij haar hoger beroep. De Raad oordeelde dat het doel van appellante, namelijk het verkrijgen van schadevergoeding en excuses, niet met deze procedure kan worden bereikt. Omdat appellante geen gronden aanvoerde tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar, ontbrak het aan procesbelang.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij de vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.