Appellante heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering wegens psychische en schildklierklachten. Het UWV heeft telkens geweigerd omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam werd geacht. Onafhankelijke deskundigen, een psychiater en een internist, concludeerden dat er weliswaar geen arbeidsvermogen is, maar dat dit niet duurzaam is vanwege mogelijke verbetering bij adequate behandeling en begeleiding.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het oordeel van de deskundigen overtuigend en zorgvuldig was gemotiveerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat verbetering niet mogelijk is, maar de Raad volgde de rechtbank en het UWV, stellende dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich kunnen ontwikkelen en dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.
Daarnaast werd vastgesteld dat de procedure langer dan de redelijke termijn heeft geduurd, wat leidde tot een schadevergoeding van €1.500,- aan appellante en een proceskostenvergoeding van €453,50 ten laste van de Staat. Het hoger beroep werd afgewezen, waarmee de weigering van de Wajong-uitkering in stand bleef.