ECLI:NL:CRVB:2025:1829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 37,61% en toekenning WIA-uitkering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheidspercentage door het UWV, dat op 37,61% is vastgesteld met toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering per 4 oktober 2022.
Zowel de medische beoordeling door de verzekeringsarts als de arbeidskundige beoordeling door het UWV zijn uitgebreid onderzocht. De verzekeringsarts heeft beperkingen vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), waaronder beperkingen ten aanzien van zelfstandig handelen, prikkelverwerking en schouderklachten, maar vond geen aanleiding voor extra beperkingen zoals urenbeperking of beperkingen vanwege medicatiegebruik.
De rechtbank heeft het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en de Raad bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat appellante onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd voor haar stellingen over extra beperkingen. De functies die het UWV heeft geselecteerd zijn medisch en arbeidskundig passend. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de toekenning van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van 37,61% arbeidsongeschiktheid blijft in stand.