ECLI:NL:CRVB:2025:1830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak
Appellant, die sinds een auto-ongeluk in 2015 lichamelijke en psychische klachten heeft, kreeg in 2017 een WGA-uitkering toegekend. Na een wijziging in 2018 werd de uitkering beëindigd omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was. In december 2022 meldde appellant toegenomen klachten, maar het UWV concludeerde dat deze voortkwamen uit een andere ziekteoorzaak (long covid) en weigerde een nieuwe WIA-uitkering toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen toename van beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak was vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten sinds juli 2022 waren toegenomen en dat medicatie was verhoogd, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in.
De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde dat de aard en ernst van de psychiatrische klachten ongewijzigd waren en dat de beperkingen reeds volledig in kaart waren gebracht. De vermeende medicatieverhoging vond pas na de datum in geding plaats. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de weigering tot toekenning van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak.