ECLI:NL:CRVB:2025:184
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WIA-hoger beroep
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Tijdens de procedure werd een medisch deskundige ingeschakeld en vond onderzoek plaats. Het UWV nam een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante, waarna het hoger beroep werd ingetrokken.
De Raad oordeelde dat het UWV de proceskosten van appellante in hoger beroep moest vergoeden, inclusief de kosten van de medisch deskundige en het griffierecht. Tevens werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bestuurs- en rechterlijke procedure, die ruim vier jaar duurde.
De schadevergoeding werd verdeeld tussen het UWV en de Staat volgens de methode van de Hoge Raad, waarbij het UWV 1/7 en de Staat 6/7 van het bedrag betaalde. Daarnaast werden beide partijen veroordeeld in de proceskosten die verband hielden met het verzoek om schadevergoeding. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 30 januari 2025.
Uitkomst: Het UWV en de Staat werden veroordeeld tot betaling van proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn na intrekking van het hoger beroep.