ECLI:NL:CRVB:2025:1841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op besluit Wajong-uitkering ondanks persoonlijkheidsproblematiek
Appellante heeft sinds 2014 meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd en verzocht om terug te komen op het oorspronkelijke afwijzingsbesluit van 16 mei 2014. Het UWV heeft deze verzoeken steeds afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigen. Appellante voerde aan dat haar persoonlijkheidsproblematiek, waaronder cluster B en C trekken, beperkingen oplevert die niet eerder waren meegewogen.
De rechtbank Limburg vernietigde in 2022 het bezwaarbesluit van het UWV en beval een nieuw besluit, verwijzend naar medische verklaringen die volgens de rechtbank onvoldoende waren beoordeeld. Het UWV handhaafde vervolgens het afwijzingsbesluit, waarop appellante opnieuw beroep instelde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die aanleiding geven om terug te komen op het eerdere besluit. De Raad volgt het UWV in de conclusie dat de aangevoerde persoonlijkheidsproblematiek niet leidt tot een ander inzicht in de belastbaarheid van appellante. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de beperkingen op empathie, emotie regulering en impulsiviteit tot een andere beoordeling moeten leiden.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van het UWV om terug te komen op het besluit van 16 mei 2014 blijft in stand.