ECLI:NL:CRVB:2025:1850
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in WIA-uitkering
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Na benoeming van een onafhankelijke deskundige en rapportage heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarbij appellant met ingang van 16 september 2019 een IVA-uitkering werd toegekend.
Hierna heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding. De Raad oordeelde dat het UWV reeds de kosten in bezwaar had vergoed en dat de rechtbank het UWV had veroordeeld tot vergoeding van in beroep gemaakte kosten. De Raad beoordeelde daarom alleen de in hoger beroep gemaakte kosten.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten voor rechtsbijstand, de kosten van een deskundige en gedeeltelijk de kosten van een psychiatrisch rapport, rekening houdend met het maximale uurtarief conform het Besluit tarieven in strafzaken. Tevens werd het griffierecht vergoed.
De totale proceskostenvergoeding bedroeg € 5.141,28, exclusief het griffierecht van € 136,-. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 december 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep en het griffierecht aan appellant.