ECLI:NL:CRVB:2025:1851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om terug te komen van weigering Wajong-uitkering na herhaalde aanvraag
Appellante diende in 2015 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering vanwege borderline persoonlijkheidsstoornis en een verstandelijke beperking, welke door het UWV werd afgewezen. In 2022 diende zij opnieuw een aanvraag in met aanvullende diagnoses zoals ASS en PTSS. Het UWV kwalificeerde dit als een herhaalde aanvraag en wees het verzoek om terug te komen van de eerdere weigering af, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een andere beoordeling rechtvaardigden.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij in 2015 geen aanvraag had ingediend en dat er wel degelijk nieuwe feiten en omstandigheden waren, onder meer op basis van informatie van het Autisme Expertise Centrum. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat zij in 2015 geen aanvraag had gedaan en dat de nieuwe diagnoses geen wezenlijk andere situatie schetsten dan reeds beoordeeld in 2015.
De Raad benadrukte dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de medische informatie geen wezenlijk andere beperkingen aantoonde. Het beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van de weigering van een Wajong-uitkering wordt afgewezen en de eerdere beslissing blijft in stand.