ECLI:NL:CRVB:2025:1857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 42,83% na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante was sinds 2018 ziekgemeld en ontving vanaf 2020 een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2023 stelde het UWV haar arbeidsongeschiktheid vast op 42,83%. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat een psychiater als deskundige benoemd moest worden vanwege haar psychische klachten.
De rechtbank oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren voor een psychotische stoornis. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had voldoende informatie, waaronder een behandelbrief van Indigo, en zag geen noodzaak voor extra deskundigen. De geduide functies pasten binnen de belastbaarheid van appellante.
In hoger beroep voerde appellante opnieuw aan dat een psychiater benoemd moest worden en dat het beginsel van equality of arms werd geschonden doordat zij niet over voldoende financiële middelen beschikte om zelf medische stukken aan te leveren. De Raad verwierp dit standpunt, stelde dat het UWV en de rechtbank zorgvuldig hadden gehandeld en dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om medische informatie in te brengen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en liet de mate van arbeidsongeschiktheid van 42,83% in stand. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door W.R. van der Velde op 17 december 2025.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van arbeidsongeschiktheid op 42,83% en wijst het hoger beroep af.