Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2025:1859

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
23/2317 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 3 Bpb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV, proceskostenveroordeling

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake de WAO. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarbij het volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

De Raad heeft op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in zowel de beroeps- als hoger beroepsfase. De proceskosten zijn begroot op € 3.174,50, bestaande uit punten voor het beroepschrift, aanwezigheid en reacties, en daarnaast is het griffierecht van € 236,- vergoed.

De uitspraak is gedaan zonder zitting vanwege de intrekking van het hoger beroep en de volledige tegemoetkoming van het bestuursorgaan. De Raad concludeert dat het UWV de kosten moet vergoeden als gevolg van de intrekking van het beroep door appellant.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 26 juni 2023, 22/1903 en 22/1904 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 17 december 2025PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.I.T. Sopacua, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft partijen naar aanleiding van zijn tussenuitspraak van 18 april 2024 over het toetsingskader bij herzienings- en/of terugvorderingsbesluiten in de gelegenheid gesteld de Raad te informeren of de uitspraak volgens hen gevolgen heeft voor deze zaak.
Het Uwv heeft een reactie ingezonden.
De Raad heeft appellant nadere vragen gesteld. Appellant heeft een reactie ingediend.
Het Uwv heeft op 28 maart 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 28 maart 2025 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. In de gewijzigde beslissing op bezwaar van 28 maart 2025 zijn de kosten in bezwaar al vergoed. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 1.814,- in beroep (1 punt voor het ingediende beroepschrift en 1 punt voor de aanwezigheid op de zitting bij de rechtbank) en € 1.360,50 in hoger beroep (1 punt voor het ingediende hoger beroepschrift en 0,5 punt voor de nadere reactie). Totaal € 3.174,50. Hierbij is sprake van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van Pro het Bpb.
Ook dient het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.174,50;
  • bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 236,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander in tegenwoordigheid van H.A. Baars als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) H.A. Baars