ECLI:NL:CRVB:2025:1869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellante verzocht om een Wajong-uitkering op grond van duurzaam arbeidsongeschiktheid, maar het UWV weigerde deze omdat zij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek over arbeidsvermogen beschikt. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht weigerde, hoewel het bestreden besluit pas in hoger beroep toereikend werd onderbouwd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege psychische en fysieke klachten duurzaam niet arbeidsvermogen heeft. De Raad liet een multidisciplinaire expertise uitvoeren, waaruit bleek dat er sprake was van rugpijn en emotionele instabiliteit, maar dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was. De verzekeringsarts bevestigde dat appellante in staat is om vier uur per dag te werken in aangepaste omstandigheden.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de Wajong-uitkering heeft geweigerd. Daarnaast werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim twee jaar, waarbij de kostenverdeling tussen UWV en de Staat werd vastgesteld. Het verzoek om wettelijke rente werd afgewezen. De proceskosten en griffierechten werden eveneens toegewezen aan appellante.
Uitkomst: De weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd omdat appellante niet duurzaam arbeidsongeschikt is.