ECLI:NL:CRVB:2025:1872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid op 75,85% door UWV
Appellante was sinds maart 2020 ziekgemeld en ontving een WIA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 54,11%, later verhoogd naar 68,06% na bezwaar. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde aanvullende beperkingen vast, wat leidde tot een nieuwe FML en een vaststelling van 75,85% arbeidsongeschiktheid per 8 september 2022.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, maar handhaafde het besluit na beoordeling van een deskundigenrapport dat een complex psychiatrisch beeld met meerdere aandoeningen constateerde. De rechtbank vond dat niet alle door de deskundige voorgestelde beperkingen medisch onderbouwd waren en wees extra beperkingen af.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep ten onrechte beperkingen had weggelaten en onvoldoende rekening had gehouden met haar medicijngebruik. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en consistent was, en dat de ernst van de stoornissen onvoldoende was om extra beperkingen toe te kennen.
De Raad wees het verzoek tot heropening van het onderzoek af wegens gebrek aan relevantie en bevestigde het bestreden besluit. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten. De mate van arbeidsongeschiktheid van 75,85% blijft daarmee ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid van appellante per 8 september 2022 juist is vastgesteld op 75,85%.