ECLI:NL:CRVB:2025:1876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 48,23% in WIA-uitkering
Appellant, werkzaam als beveiliger, meldde zich ziek na een geweldsincident en vroeg een WIA-uitkering aan. Een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden beperkingen vast en berekenden de mate van arbeidsongeschiktheid. Het Uwv weigerde aanvankelijk een uitkering, maar wijzigde dit later naar 48,23% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet werkfit is en dat mensen bang voor hem zijn, maar bracht geen nieuwe medische feiten aan.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De mate van arbeidsongeschiktheid is terecht vastgesteld, en appellant voldoet niet aan de voorwaarden voor een IVA-uitkering. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WIA-uitkering van appellant per 8 mei 2023 terecht is vastgesteld op 48,23%.