Appellante raakte door een auto-ongeval arbeidsongeschikt en kreeg aanvankelijk een WIA-uitkering geweigerd vanwege een te lage mate van arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar en beroep, waarbij medische rapporten en deskundigenonderzoek werden uitgevoerd, stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 62,81%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die aanvullende beperkingen vaststelde, waaronder een urenbeperking.
De Raad oordeelde dat het UWV op juiste gronden de WIA-uitkering toekent en dat de geselecteerde functies medisch passend zijn. Tevens werd appellante een vergoeding voor proceskosten en griffierecht toegekend.