ECLI:NL:CRVB:2025:1884
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 35,24% door UWV
Appellant, werkzaam als warehouse operator, meldde zich in 2014 ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV kende hem in 2016 een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van circa 51%. Na meerdere meldingen en onderzoeken stelde het UWV in 2023 het percentage bij op 35,24%, gebaseerd op medische en arbeidskundige rapporten.
Appellant betwistte deze vaststelling en voerde aan dat zijn beperkingen groter zijn dan aangenomen, onder meer op basis van rapportages van zijn psychiater en fysiotherapeut. De rechtbank oordeelde echter dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage juist was.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar bracht geen nieuwe medische gegevens aan. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde het besluit van het UWV. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af en liet appellant de proceskosten dragen.
Uitkomst: De vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 35,24% wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.