Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig verzorgende, meldde zich in 2021 met vermeende toegenomen beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak als bij haar eerdere WIA-uitkering die in 2018 werd beëindigd. Het Uwv weigerde een nieuwe WIA-uitkering toe te kennen, omdat er geen sprake was van toegenomen beperkingen binnen vijf jaar na beëindiging van de eerdere uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, ondanks een procedurele tekortkoming, omdat een door de rechtbank ingeschakelde onafhankelijke deskundige geen toename in beperkingen vaststelde. Appellante voerde aan dat haar beperkingen waren toegenomen, onder meer door ME/CVS en dunne vezelneuropathie, en overhandigde een rapport van een bedrijfsarts.
De Raad oordeelt dat de rechtbank het bestreden besluit terecht in stand heeft gelaten. De medische beoordeling van de onafhankelijke deskundige is zorgvuldig en overtuigend gemotiveerd. Er is geen objectieve verslechtering of nieuwe medische feiten die een toename van beperkingen rechtvaardigen. Het verzoek om benoeming van een nieuwe deskundige wordt afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het Uwv om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.