Appellant heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend wegens overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke procedure tegen de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het hoger beroep werd ingetrokken na een tegemoetkomend besluit van de minister, waarbij ook proceskosten en wettelijke rente reeds waren vergoed.
De Raad heeft vastgesteld dat de totale duur van de procedure, inclusief bezwaar, beroep en hoger beroep, iets meer dan vier jaar bedroeg, waardoor de redelijke termijn met minder dan een maand werd overschreden. De zaak werd niet als complex aangemerkt en er waren geen bijzondere omstandigheden die een langere termijn rechtvaardigden.
Op grond van de jurisprudentie is een vergoeding van €500 passend voor een termijnoverschrijding van een half jaar of gedeelte daarvan. Daarnaast worden de proceskosten van appellant begroot op €453,50 en aan de Staat toegekend. De Raad heeft het verzoek tot schadevergoeding en kostenvergoeding toegewezen en de Staat veroordeeld tot betaling van deze bedragen.