ECLI:NL:CRVB:2025:191
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland over een WIA-zaak. Tijdens de procedure nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in bezwaar kan worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten werden begroot op €4.081,50 voor verleende rechtsbijstand en het betaalde griffierecht van €186,- werd eveneens vergoed.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot vergoeding van deze kosten. De uitspraak werd gedaan door rechter E. Dijt op 5 februari 2025 in het openbaar.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €4.081,50 en griffierecht van €186,- na intrekking van het hoger beroep.