ECLI:NL:CRVB:2025:198
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante diende op 20 september 2022 een aanvraag in voor een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) voor zowel bestuurder als passagier bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Na medisch advies wees het college de aanvraag op 15 december 2022 af. Appellante maakte bezwaar, maar het college handhaafde de afwijzing bij besluit van 7 juni 2023 omdat de medische beoordeling aangaf dat appellante zelfstandig, eventueel met hulpmiddelen, meer dan 100 meter kan lopen en niet voortdurend afhankelijk is van begeleiding.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en handhaafde de afwijzing. Appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, maar herhaalde grotendeels haar eerdere argumenten. De Raad oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig en objectief was en dat het college dit terecht als basis voor het besluit gebruikte.
De Raad verwierp het standpunt van appellante dat de medisch adviseur niet alle medische informatie had betrokken, aangezien het advies duidelijk de gebruikte onderzoeksgegevens vermeldde. Ook het feit dat appellante eerder tijdelijk een GPK had gekregen, leidde niet tot twijfel over het advies. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard, de afwijzing van de aanvraag bleef in stand en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.