ECLI:NL:CRVB:2025:199
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg op grond van Wlz wegens ontbreken blijvende behoefte 24-uurszorg
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor langdurige zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ heeft deze aanvraag op 30 september 2021 afgewezen omdat ondanks de aanwezigheid van een psychische stoornis en een somatische aandoening, geen blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid kon worden vastgesteld.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd op 17 maart 2022 ongegrond verklaard. De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond verklaard en het besluit in stand gelaten.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep heeft appellante aangevoerd dat er wel sprake is van een blijvende behoefte aan zorg, onder meer met een brief van een gezondheidspsycholoog. De Raad oordeelt echter dat deze brief geen twijfel zaait aan het medisch advies waarop het CIZ het besluit baseerde en bevestigt het oordeel van de rechtbank.
De afwijzing van de aanvraag langdurige zorg blijft daarmee in stand. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak benadrukt dat het niet betekent dat appellante voldoende zorg krijgt, maar dat deze zorg niet vanuit de Wlz hoeft te worden verstrekt.
Uitkomst: De aanvraag langdurige zorg op grond van de Wlz wordt afgewezen wegens ontbreken van een blijvende behoefte aan 24-uurszorg in de nabijheid.