ECLI:NL:CRVB:2025:218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht, dat volgens de Algemene wet bestuursrecht binnen een bepaalde termijn betaald moest worden, niet is voldaan. Ondanks meerdere aanmaningen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen betaald.
De Raad oordeelt dat appellante daardoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen zonder inhoudelijke behandeling van het geschil.
Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open bij de Centrale Raad van Beroep, waarbij de indiener van het verzetschrift kan verzoeken om te worden gehoord.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.