Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker was brandweervrijwilliger met een vaste aanstelling, maar kreeg op 20 juli 2023 eervol ontslag wegens een ernstig verstoorde arbeidsrelatie. Het dagelijks bestuur verklaarde het bezwaar tegen het ontslagbesluit ongegrond vanwege onveilige werksituatie en onberekenbaar gedrag van verzoeker.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Verzoeker ging in hoger beroep en vroeg om schorsing van het ontslagbesluit en onmiddellijke tewerkstelling. Hij stelde dat het wachten op de bodemprocedure zijn terugkeer bemoeilijkt door verlies van contact, kennis en deelname aan trainingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat geen onverwijlde spoed aanwezig is. Verzoeker wenst niet terug te keren naar zijn oude locatie en moet eerst gekeurd en getraind worden voordat hij elders kan worden tewerkgesteld. Het belang van verzoeker weegt niet zwaarder dan het belang van het dagelijks bestuur en de behandeling van de bodemprocedure kan worden afgewacht.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslagbesluit wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed.