ECLI:NL:CRVB:2025:24
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid op 45,65% door UWV
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid door het UWV, die deze op 45,65% heeft vastgesteld. Zij stelt dat zij meer beperkingen heeft dan aangenomen en dat zij de geselecteerde functies niet kan vervullen. De rechtbank Rotterdam heeft het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit in stand gelaten.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad stelt vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische beperkingen van appellante overtuigend en zonder tegenstrijdigheden heeft gemotiveerd. De door appellante overgelegde medische stukken leiden niet tot twijfel over de beoordeling.
Daarnaast is de arbeidsdeskundige tot de conclusie gekomen dat de geselecteerde functies geschikt zijn voor appellante. De Raad ziet geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige. Het hoger beroep wordt verworpen en het bestreden besluit blijft van kracht. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 45,65% door het UWV blijft in stand.