ECLI:NL:CRVB:2025:253
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
WIA-uitkering ten onrechte beëindigd wegens ongeschikte functiebeoordeling
Appellant ontving een WIA-uitkering die het UWV beëindigde per 10 februari 2020 op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Appellant betwistte dit en stelde dat de geselecteerde functies niet passend waren bij zijn medische beperkingen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, waarbij zij het deskundigenrapport volgde dat de beperkingen juist vaststelde.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de medische beoordeling juist is, maar dat de arbeidskundige beoordeling onvoldoende gemotiveerd is wat betreft de geschiktheid van de functie van wikkelaar. Deze functie vereist zeer nauwkeurig en geconcentreerd werken, wat niet verenigbaar is met de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) die aangeeft dat appellant werk zonder hoge concentratie-eisen moet verrichten.
Daarmee is de schatting van het arbeidsongeschiktheidspercentage gebaseerd op een te smalle functiebasis en is de beëindiging van de WIA-uitkering onterecht. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten, verklaart het beroep gegrond en beveelt het UWV nader te beslissen. Tevens wordt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend en worden proceskosten aan appellant toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat het UWV opnieuw beslist over het bezwaar met inachtneming van de uitspraak.