ECLI:NL:CRVB:2025:271

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 februari 2025
Publicatiedatum
20 februari 2025
Zaaknummer
23/1661 WMO15
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens begeleid wonen traject

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep ingetrokken nadat zij in aanmerking is gekomen voor een begeleid wonen traject. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft het verzoek tot proceskostenvergoeding ondersteund en geen bezwaar gemaakt.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Gezien de omstandigheden veroordeelt de Centrale Raad van Beroep het college in de kosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het bezwaar, beroep en hoger beroep.

De proceskosten worden begroot op een totaalbedrag van €4.015,-, inclusief vergoeding van het betaalde griffierecht in beroep (€50,-) en hoger beroep (€136,-). De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2025 door voorzitter D. Hardonk-Prins.

Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten van appellante ter hoogte van €4.015,-.

Uitspraak

Datum uitspraak: 19 februari 2025
23/1661 WMO15
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
9 mei 2023, 22/5013
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. G.J. Mulder, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.
Bij brief van 18 juli 2024 heeft de gemachtigde van appellante het hoger beroep ingetrokken omdat het college appellante inmiddels in aanmerking heeft gebracht voor een begeleid wonen traject. De Raad is verzocht het college met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit) te veroordelen in de proceskosten.
Met een e-mailbericht van 8 augustus 2024 heeft het college dit verzoek ondersteund en laten weten geen bezwaar te hebben tegen de gevraagde proceskostenveroordeling.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Gelet op de onder de rubriek procesverloop weergegeven feiten wordt het college veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden ingevolge het Besluit begroot op € 1.294,- in bezwaar (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen op de hoorzitting), € 1.814,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 907,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift).
Ook moet het college het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 4.015,-;
  • bepaalt dat het college het door appellante in beroep betaalde griffierecht van € 50,- vergoedt;
  • bepaalt dat het college het door appellante in hoger beroep betaalde griffierecht van
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, voorzitter, in tegenwoordigheid van
A.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2025.
(getekend) D. Hardonk-Prins
(getekend) A. Giesen