ECLI:NL:CRVB:2025:274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen op 18-jarige leeftijd
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van een functionele neurologische stoornis (FNS). Het UWV stelde na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek dat zij arbeidsvermogen heeft en weigerde de uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde vast dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellante ten minste vier uur per dag belastbaar is en basale werknemersvaardigheden bezit.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet over arbeidsvermogen beschikt, onderbouwd met een rapport van het Leids Universitair Behandel en Expertise Centrum. De Raad volgde dit niet, omdat de medische en arbeidskundige onderzoeken van het UWV voldoende zorgvuldig en overtuigend waren. De Raad oordeelde dat de beperkingen van appellante, waaronder vermoeidheid, waren meegewogen en dat er geen medische aanwijzingen waren die het standpunt van het UWV ondermijnen.
De Raad bevestigde dat appellante, ondanks haar beperkingen, met begeleiding kan werken in een beschutte werkomgeving. Het verzoek tot omzetting van een indicatie banenafspraak in beschut werk viel buiten dit geding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de weigering van de Wajong-uitkering bleef in stand en het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante op haar 18e over arbeidsvermogen beschikte.