ECLI:NL:CRVB:2025:282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen van beëindiging Ziektewet-uitkering ondanks long-covid klachten
Appellante werkte als administratief medewerkster en meldde zich in mei 2021 ziek met psychische klachten en symptomen als kortademigheid. Het UWV beëindigde in juli 2021 haar Ziektewet-uitkering na een medisch oordeel dat zij geschikt was voor werk. Appellante verzocht in 2022 om herziening van dit besluit vanwege long-covid klachten die toen pas bekend werden.
Het UWV weigerde terug te komen op het besluit, stellende dat de long-covid diagnose geen nieuw feit oplevert dat de eerdere beoordeling verandert. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit standpunt en oordeelde dat het UWV zorgvuldig en deugdelijk had gehandeld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de ernst van haar medische situatie was onderschat en dat de long-covid diagnose de beoordeling per juli 2021 moest wijzigen. De Raad concludeerde echter dat de medische gegevens geen nieuw feit of omstandigheid bevatten die het eerdere besluit zou moeten herzien. De latere covidbesmetting in 2022 en de long-covid klachten maakten de eerdere beoordeling niet onjuist.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten. De beslissing is genomen door D.S. de Vries.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het besluit van 7 juli 2021 tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering.