ECLI:NL:CRVB:2025:297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning ZW-uitkering aan ex-werkneemster servicemedewerker smartbar
In deze zaak staat centraal of het UWV terecht een ZW-uitkering heeft toegekend aan een ex-werkneemster die als servicemedewerker smartbar werkte bij appellante, een eigenrisicodrager. Appellante betwistte dat de ex-werkneemster op 1 januari 2021 arbeidsongeschikt was en voerde aan dat het UWV-onderzoek onzorgvuldig was en dat de belasting in de functie onjuist was vastgesteld.
De rechtbank had het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en het besluit van het UWV in stand gelaten. De Raad volgt dit oordeel en benadrukt dat het gaat om de werkomstandigheden die bij een soortgelijke werkgever kenmerkend zijn, niet de precieze omstandigheden bij appellante. Het onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep werd als zorgvuldig beoordeeld en de medische beoordeling werd niet betwijfeld.
Appellante heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verzekeringsarts onjuiste uitgangspunten heeft gehanteerd of dat de medische beoordeling onjuist is. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De toekenning van de ZW-uitkering aan de ex-werkneemster wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.