ECLI:NL:CRVB:2025:313
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarbij appellante per 2 april 2018 een IVA-uitkering werd toegekend. Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek tot proceskostenvergoeding beoordeeld op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het bestuursorgaan (het UWV) geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen, is het gerechtvaardigd het UWV te veroordelen in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken.
De Raad heeft de proceskosten begroot conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, inclusief kosten voor rechtsbijstand en reiskosten. Tevens is het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter F.M. Rijnbeek op 5 maart 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.