ECLI:NL:CRVB:2025:315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen na 18e jaar
Appellante, geboren in 1991 met de aangeboren aandoening Cerebrale Parese, vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van duurzaam arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde dat zij arbeidsvermogen had in de relevante periode van haar 18e tot 23e jaar en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat alleen beperkingen binnen vijf jaar na het 18e jaar relevant zijn.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij ook na haar studieperiode in 2015 geen arbeidsvermogen had en dat het UWV zich ten onrechte beperkte tot de periode tot haar 23e jaar. Zij stelde ook dat sprake was van discriminatie op grond van handicap. Het UWV handhaafde het standpunt dat alleen toegenomen beperkingen binnen vijf jaar na het 18e jaar leiden tot aanspraak.
De Raad volgde het UWV en de rechtbank, oordeelde dat de beoordeling terecht beperkt was tot de periode van 18 tot 23 jaar. De medische rapporten toonden aan dat appellante in die periode vier uur per dag belastbaar was en een taak kon uitvoeren. Haar argumenten over ongeschiktheid voor specifieke taken werden niet onderbouwd met medische stukken. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante geen toegenomen beperkingen had in de periode van haar 18e tot 23e jaar.