ECLI:NL:CRVB:2025:32
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Tijdens de procedure heeft de Raad een deskundige benoemd die rapporteerde. Vervolgens heeft het UWV op 14 mei 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarbij het volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante.
Naar aanleiding hiervan heeft appellante op 22 mei 2024 het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding voor zowel de kosten van rechtsbijstand als het ingediende expertiserapport. Het UWV heeft geen verweerschrift ingediend en het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten.
De Raad heeft geoordeeld dat het UWV op grond van de Awb artikel 8:75a en 8:108 in de proceskosten moet worden veroordeeld. De totale proceskostenvergoeding bedraagt € 6.459,40, inclusief vergoeding voor rechtsbijstand, het deskundigenrapport en het griffierecht. Het UWV is veroordeeld tot betaling van deze kosten.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van € 6.459,40 aan proceskosten en € 182,- griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.