ECLI:NL:CRVB:2025:324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij toegang huishoudelijke hulp
Betrokkene stelde beroep in tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leusden waarin toegang tot huishoudelijke hulp op grond van de Wmo 2015 werd geweigerd vanwege een inkomenstoets. Na een later besluit kreeg betrokkene alsnog toegang tot deze voorziening. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat betrokkene geen procesbelang had, aangezien zij reeds toegang had tot de hulp en een inhoudelijke uitspraak niets meer zou veranderen.
Appellanten voerden aan dat het college discrimineerde door een inkomenstoets te hanteren, wat volgens hen in strijd is met artikel 1 van Pro de Grondwet. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gewenste uitspraak over discriminatie slechts van principieel belang is en geen procesbelang oplevert. De Raad bevestigde dat het college niet bevoegd was om de aanvraag te weigeren op basis van inkomen, maar dat dit geen voldoende grond is voor procesbelang.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van de rechtbank. Hiermee is de procedure beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de discriminatiegrond. De uitspraak is gedaan op 20 februari 2025 door K.H. Sanders.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.