Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, met een visuele beperking en psychische klachten, ontving een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wmo 2015. Het college had de voorziening toegekend voor 260 minuten per week, inclusief maaltijdverzorging, maar verlaagde dit later naar 206 minuten zonder tijd voor maaltijdverzorging. Appellante maakte bezwaar en startte een procedure.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat het college zorgvuldig onderzoek had verricht en terecht geen tijd meer toekende voor maaltijdverzorging, omdat appellante zelf bij haar vader eet en niet om hulp bij koken had gevraagd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan en dat zij wel degelijk hulp bij koken wenste.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college het onderzoek conform de wettelijke vereisten had uitgevoerd. Het keukentafelgesprek toonde aan dat maaltijdverzorging niet door de huishoudelijke hulp werd gedaan en dat appellante zelf voor eten zorgde. Het college had haar standpunt voldoende meegewogen en appellante had niet gereageerd op het voornemen om geen tijd meer toe te kennen voor maaltijdverzorging.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard, het bestreden besluit bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand zonder schadevergoeding.