ECLI:NL:CRVB:2025:412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen e-mails over studieschuld
Appellant, die een studieschuld heeft opgebouwd door studiefinanciering, stuurde in juli 2022 diverse e-mails met de minister over zijn schuld. Naar aanleiding hiervan diende appellant een bezwaarschrift in, dat de minister op 19 april 2023 niet-ontvankelijk verklaarde omdat de e-mails geen besluit zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en oordeelt dat appellant geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die tot een ander oordeel leiden.
De Raad bevestigt dat de e-mails niet gericht zijn op rechtsgevolgen en daarom geen besluit vormen waartegen bezwaar mogelijk is. Ook de lange termijn van negen maanden tussen het bezwaarschrift en het besluit leidt niet tot een gunstige beslissing voor appellant. Het hoger beroep wordt verworpen en het bestreden besluit blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt terecht niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.