Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2025:42

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 januari 2025
Publicatiedatum
9 januari 2025
Zaaknummer
24/1323 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 1 ANWArtikel 13 ANWArtikel 14 ANWArtikel 22 Algemeen Verdrag sociale zekerheid Nederland-MarokkoAlgemene nabestaandenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering ANW-uitkering wegens ontbreken verzekeringsstatus echtgenoot

Appellante heeft een ANW-uitkering aangevraagd na het overlijden van haar echtgenoot, die in Nederland had gewerkt maar op het moment van overlijden woonachtig was in Marokko. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW, noch verplicht noch vrijwillig, en ook niet op grond van Marokkaanse wetgeving.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad overwoog dat het feit dat de echtgenoot in het verleden in Nederland werkte, geen recht op een ANW-uitkering oplevert als hij op het moment van overlijden niet verzekerd was. Ook het socialezekerheidsverdrag tussen Nederland en Marokko bood geen grond voor uitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was volgens Marokkaanse regelgeving.

De financiële situatie van appellante werd door de Raad niet als grond voor toekenning van de uitkering beschouwd. Het hoger beroep slaagde niet en de weigering van de Svb bleef in stand. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de ANW-uitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was op het moment van overlijden.

Uitspraak

24/1323 ANW
Datum uitspraak: 9 januari 2025
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 mei 2024, 23/4450 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
SAMENVATTING
In deze uitspraak volgt de Raad het oordeel van de rechtbank dat aan appellante terecht een uitkering op grond van de ANW is geweigerd. De overleden echtgenoot van appellante was op de datum van overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd voor de ANW. Hij was ook niet verzekerd op grond van Marokkaanse wetgeving.

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 28 november 2024. Appellante is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellante is op [datum 1] 1978 getrouwd met [naam echtgenoot] (echtgenoot). Haar echtgenoot heeft in Nederland gewerkt van 8 september 1965 tot en met 17 juli 1966. Hij woonde in Marokko en is daar op [datum 2] 2021 overleden. De echtgenoot van appellante ontving een ouderdomspensioen op grond van de AOW. [1] Na zijn overlijden heeft appellante een uitkering op grond van de ANW [2] aangevraagd.
1.2.
Met een besluit van 9 maart 2023 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met een besluit van 25 mei 2023 (betreden besluit) is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De Svb heeft hierbij overwogen dat de echtgenoot op de dag van overlijden niet verzekerd was voor de ANW.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellante
3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat zij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

4.1.
De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt.
4.2.
De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.3.
Voor het recht op een ANW-uitkering is vereist dat de echtgenoot op de datum van zijn overlijden verzekerd was voor de ANW.
4.3.1.
Het betoog van appellante dat haar echtgenoot in het verleden in Nederland heeft gewerkt, maakt niet dat recht bestaat op een ANW-uitkering. Op de datum van overlijden was haar echtgenoot geen ingezetene of in Nederland werkzaam in dienstbetrekking. De echtgenoot was dus op de datum van overlijden niet verplicht verzekerd voor de ANW. Verder is niet in geschil dat hij ook niet vrijwillig verzekerd was voor de ANW.
4.3.2.
Appellante kan ook geen recht op een nabestaandenuitkering ontlenen aan het socialezekerheidsverdrag tussen Nederland en Marokko. Op grond van dat verdrag kan een nabestaande aanspraak maken op een ANW-uitkering in Nederland als de echtgenoot bij overlijden voor dat zelfde risico was verzekerd in Marokko. [3] De echtgenoot van appellante was echter niet verzekerd op grond van de Marokkaanse wettelijke regelingen.
4.3.3.
Op de datum van zijn overlijden was de echtgenoot van appellante dus niet verzekerd voor de ANW. Het beroep van appellante op haar moeilijke financiële situatie slaagt niet. De financiële situatie van appellante kan op zichzelf niet leiden tot het toekennen van een ANWuitkering. De aanvraag is terecht afgewezen.

Conclusie en gevolgen

4.4.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de weigering van de Svb om appellante in aanmerking te brengen voor een ANWuitkering in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding van haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.H. Ermers, in tegenwoordigheid van R.R. Olde Engberink als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2025.
(getekend) J.H. Ermers
(getekend) R.R. Olde Engberink
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par J.H. Ermers en présence de R.R. Olde Engberink en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 9 janvier 2025.
Les parties disposent d’un délai de six semaines á compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL2500 EH ‘s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assuré.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Algemene nabestaandenwet
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
(…)
nabestaande: de echtgenoot van degene, die op de dag van overlijden verzekerd is op grond van deze wet;
(…)
Artikel 13
1. Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene, die
ingezetene is;
geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland of op het continentaal plat in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.
(…)
Artikel 14
1. Recht op nabestaandenuitkering heeft de nabestaande die:
een ongehuwd kind heeft, dat jonger is dan 18 jaar en niet tot het huishouden van een ander behoort; of
arbeidsongeschikt is (…)
(…)
Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
Artikel 22
1. Wanneer een werknemer op wie dit Verdrag van toepassing is, op het tijdstip van zijn overlijden verzekerd is krachtens de Marokkaanse wettelijke regelingen, en tijdvakken van verzekering volgens de Nederlandse wettelijke regelingen inzake uitkeringen aan nagelaten betrekkingen heeft vervuld, kan zijn weduwe op een pensioen krachtens laatstgenoemde wettelijke regelingen aanspraak maken.
(…)

Voetnoten

1.Algemene Ouderdomswet.
2.Algemene nabestaandenwet.
3.Artikel 14, eerste lid, ANW in samenhang met artikel 1, aanhef en onder d, van de ANW; artikel 22 van Pro het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko, Trb. 1972, 34.