ECLI:NL:CRVB:2025:430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig cabin attendant, vroeg een WIA-uitkering aan wegens rug- en psychische klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde de uitkering toe te kennen. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medische onderzoek onvoldoende was, met name dat mentale en fysieke klachten niet volledig waren meegewogen en dat aanvullende medische gegevens hadden moeten worden opgevraagd. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV de functionele mogelijkheden van appellant correct heeft vastgesteld, dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend zijn.
De Raad benadrukt dat appellant geen nieuwe medische informatie heeft ingebracht en dat de FML van 12 oktober 2022 een volledig en juist beeld geeft van zijn beperkingen. Ook de arbeidskundige beoordeling is voldoende gemotiveerd. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.