ECLI:NL:CRVB:2025:487
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening afwijzing aanvraag periodieke Wubo-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer op grond van psychische invaliditeit, verzocht om herziening van de afwijzing van zijn aanvraag voor een periodieke uitkering op grond van de Wubo. De eerdere afwijzing was gebaseerd op het ontbreken van een verband tussen zijn werkbeëindiging in 2003 als machinebediener en zijn oorlogsinvaliditeit.
De Raad beoordeelde dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die aanleiding konden geven tot herziening van het besluit. Uit eerdere onderzoeken en persoonlijke gesprekken bleek dat de werkbeëindiging het gevolg was van een bedrijfsreorganisatie en niet van arbeidsongeschiktheid door oorlogsinvaliditeit.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee het bestreden besluit in stand bleef. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.