ECLI:NL:CRVB:2025:496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig procesoperator, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding wegens gezondheidsklachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is, en weigerde de uitkering toe te kennen. Appellant betwistte dit en voerde aan dat zijn beperkingen groter zijn dan vastgesteld en dat hij de geselecteerde functies niet kan vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond het UWV-onderzoek zorgvuldig en de medische beoordeling juist. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak na behandeling van het hoger beroep. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende medisch objectiveerbare informatie heeft aangeleverd om de beperkingen te herzien. De verzekeringsartsen hebben gemotiveerd dat appellant beperkt is voor zware fysieke belasting en psychisch licht verminderd belastbaar.
De Raad ziet geen reden om te twijfelen aan de Functionele Mogelijkhedenlijst van 11 mei 2023 en de geschiktheid van de geselecteerde functies. Het hoger beroep wordt afgewezen, waardoor de weigering van de WIA-uitkering in stand blijft. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.