ECLI:NL:CRVB:2025:497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na volledige tegemoetkoming door UWV met proceskostenvergoeding
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland inzake een socialezekerheidszaak. Het UWV nam op 22 mei 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in op 13 juni 2024 en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat bij intrekking van het beroep wegens volledige tegemoetkoming het bestuursorgaan op verzoek van de indiener in de kosten kan worden veroordeeld. Het UWV had reeds proceskosten in bezwaar vergoed en toegezegd de griffierechten te vergoeden.
De Raad begrootte de proceskosten voor rechtsbijstand op €3.628,- en reiskosten op €356,71, waarbij reiskosten voor bezoeken aan de gemachtigde niet werden vergoed. Daarnaast werden de kosten van deskundigen deels vergoed, in totaal €2.113,65. De totale proceskostenvergoeding bedroeg €6.098,36. Tevens werd het griffierecht van €184,- vergoed.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van deze kosten en verklaarde het hoger beroep ingetrokken. De uitspraak werd gedaan door C.F.E. van Olden-Smit op 2 april 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten na volledige tegemoetkoming, en het hoger beroep wordt ingetrokken.