ECLI:NL:CRVB:2025:506

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 april 2025
Publicatiedatum
9 april 2025
Zaaknummer
24/2585 PW-VV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:28 AwbArt. 8:29 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om geheimhouding van vrijwillig overgelegd stuk in bestuursrechtelijke procedure

Verzoeker heeft in een bestuursrechtelijke procedure een stuk uit eigen beweging overgelegd en daarbij verzocht om geheimhouding van dit stuk op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit artikel biedt een regeling voor het weigeren of beperken van kennisneming van stukken die een partij verplicht is te verstrekken. Omdat het stuk niet verplicht was overgelegd, maar vrijwillig, is artikel 8:29 Awb Pro niet van toepassing.

De Raad overweegt dat de regeling in artikel 8:29 Awb Pro alleen geldt voor stukken die partijen op verzoek van de bestuursrechter moeten overleggen. Verzoeker kan daarom geen beroep doen op vertrouwelijkheid voor een vrijwillig ingediend stuk. Het verzoek om beperking van kennisneming wordt daarom afgewezen.

De Raad besluit het stuk aan verzoeker terug te sturen, tenzij verzoeker binnen twee weken aangeeft dat het stuk als gedingstuk aan het dossier moet worden toegevoegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 april 2025.

Uitkomst: Het verzoek om geheimhouding van het vrijwillig overgelegde stuk wordt afgewezen.

Uitspraak

24/2585 PW-VV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Beslissing op het verzoek om toepassing van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het verzoek om voorlopige voorziening
Partijen:
[verzoeker] , zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats (verzoeker)
het college van burgemeester en wethouders van Katwijk (college)
Datum uitspraak: 1 april 2025
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 29 oktober 2024, 24/7784 en een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.
Met een e-mailbericht van 11 maart 2025 heeft verzoeker uit eigen beweging een nader stuk ingezonden met daarop de mededeling ‘privé en vertrouwelijk’. Daarbij heeft hij vermeld dat het stuk niet aan de gemeente Katwijk dient te worden verstrekt. In een aanvullend emailbericht van 19 maart 2025 heeft verzoeker nogmaals verzocht de vertrouwelijkheid van de het nadere stuk te respecteren en vermeld dat het delen van de daarin vervatte informatie met de gemeente Katwijk in strijd zou zijn met de beginselen van een eerlijke en onbevooroordeelde rechtsgang.
De Raad heeft het e-mailbericht van 19 maart 2025 opgevat als een verzoek om geheimhouding als bedoeld in artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

OVERWEGINGEN

1. In artikel 8:28 van Pro de Awb is bepaald dat partijen aan wie door de bestuursrechter is verzocht schriftelijk inlichtingen te geven, verplicht zijn de verlangde inlichtingen te geven. Partijen die verplicht zijn inlichtingen te geven dan wel stukken over te leggen kunnen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het geven van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken weigeren of de bestuursrechter mededelen dat uitsluitend hij kennis zal mogen nemen van de inlichtingen onderscheidenlijk de stukken. Dit staat in artikel 8:29, eerste lid, van de Awb. De bestuursrechter dient op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb te beslissen of de in het eerste lid bedoelde weigering onderscheidenlijk de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
2. In dit geval vraagt verzoeker om beperking van de kennisneming van een door hem overgelegd stuk. Het verzoek heeft evenwel geen betrekking op een stuk dat hij verplicht was te verstrekken. Hij heeft het uit eigen beweging ingediend. Artikel 8:29 van Pro de Awb biedt geen voorziening voor een partij die ter onderbouwing van zijn standpunt een stuk indient zonder daartoe verplicht te zijn en daarbij een beroep doet op vertrouwelijkheid.
3. Wat onder 1 en 2 is overwogen leidt tot de conclusie dat het verzoek om toepassing van artikel 8:29, eerste lid, van de Awb, moet worden afgewezen.
4. Het nadere stuk wordt aan verzoeker teruggestuurd, tenzij hij binnen twee weken na heden meedeelt dat hij het als gedingstuk aan het dossier toegevoegd wil zien.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep beslist dat de gevraagde beperkte kennisneming van het stuk niet gerechtvaardigd is.
Deze uitspraak is gedaan door F. Hoogendijk, in tegenwoordigheid van A.H. HagendoornHuls als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 april 2025.
(getekend) F. Hoogendijk
(getekend) A.H. Hagendoorn-Huls