ECLI:NL:CRVB:2025:507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na gewijzigde WIA-beslissing
Appellante ontving een WIA-uitkering die het UWV per 1 januari 2021 beëindigde wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit in haar uitspraak van juli 2022.
In hoger beroep stelde appellante zich op het standpunt dat het besluit onjuist was, maar het UWV nam op 27 juli 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard en de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 63,51%. Appellante kon zich met deze gewijzigde beslissing verenigen, waardoor het hoger beroep geen procesbelang meer had.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep, alsmede het griffierecht. De totale proceskostenvergoeding bedroeg € 6.616,25 en het griffierecht € 185,-.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na wijziging van het bezwaar door het UWV.